Duurzaam leven

Compact leven en wonen = beter opruimen

28 oktober 2019

Compacter wonen heeft zo z’n voordelen. Denk maar aan je dalende energiefactuur. Bovendien hoeft een kleinere woning je ruimtegevoel niet te beperken. Met deze tips creëer je plaats in je huis en je hoofd. En het is nog plezant ook!

1. Kies de juiste meubelen

Gebruik optische illusies! Een beetje visuele hocus pocus laat jouw huis op magische wijze groter lijken. 

Lage meubels maken je kamer hoger. En met een ronde eettafel voelt een smalle, kleine of vierkante keuken een stuk ruimer aan. Smalle, hoge kasten bieden evenveel opbergruimte als een klassieke buffetkast, maar bedekken niet je hele muur. En in strakke open kasten of op ‘zwevende’ planken kan je heel wat spullen kwijt, zonder dat je inboet aan ruimtegevoel.

Houd ook je ogen open voor functionele meubels: een salontafel met een kastje voor tijdschriften, een kinderbed met een speelgoedlade onderin … En wat dacht je van een ingemaakte kast? Plaats schuifdeuren in een lichte tint voor één wand van je kamer. Zo behoud je een rustige sfeer én schep je een zee van ruimte, van de vloer tot het plafond. Ook in kamers met een schuine wand!

2. Je tuin is ook een ruimte

Beschouw je tuin of terras als een extra kamer. Door die echt bij je indoor woonruimte te betrekken, heb je het gevoel groter te wonen.

Hoe? Trek de stijl en materiaalkeuze door van binnen naar buiten. Leg een tapijt op je terras of kies voor tuinmeubelen die evengoed in je interieur zouden passen.

Omgekeerd kan je de sfeer van buiten naar binnen halen: plaats planten in huis (dat is sowieso een gezond idee), kies voor behang of textiel met fauna en flora erop of breng sfeer met een lichtsnoer dat je in een tuin zou verwachten. De muren lichtgroen verven in de kamer die aan de tuin grenst, doet het ook goed. 

3. Decoratie is meer dan decor

Subtiele elementen in je inrichting kunnen je gevoel van ruimte versterken. Spiegels op de juiste plaatsen doen wonderen. Werk daarnaast met laagjes, patronen en contrasten om diepte te creëren. Kussens met een gedurfd motief in een neutrale sofa, een tapijt met een ruwe structuur op je gladde vloer en enkele kussens extra op het bed …

Ga ook niet te licht over de kleurkeuze van je muren. In een kleine ruimte houd je de basiskleuren het best rustig en licht. Zo geven wit en grijs een gevoel van netheid en duidelijkheid. Mag het voor jou uitbundiger? Steek dan enkele kleine oppervlaktes in een accentkleur, zoals een deur of de ruimte tussen het aanrecht en de keukenkastjes erboven. Of breng kleur met flashy meubelstukken. 

4. Ontspullen!

Minder ruimte in je huis betekent ook: minder plaats voor rommel. Hoera! Ga je verhuizen of wil je simpelweg meer plaats in je huis en hoofd? Werp dan een kritische blik op al je spullen en doe weg wat je niet nodig hebt.

Volgens de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo  moet je je afvragen: ‘maakt dit ding me gelukkig?’. Of, iets Belgischer misschien: ‘als ik dit in de winkel zag, zou ik het dan opnieuw kopen?’ Als het antwoord ‘nee’ is, gaat dit item onherroepelijk naar de kringloopwinkel of het containerpark.

Maar hoe neem je zo radicaal afscheid van die heerlijk zittende jeans die je niet meer draagt omdat er een vlek op zit, van dat prijzenwinnende boek dat je echt eens wilt lezen maar dat je eigenlijk te dik vindt en – erger nog – van die tientallen schattige kleuterkunstwerken?

Ga tewerk per categorie: eerst de kleren, dan de boeken, vervolgens het keukengerei … Haal alles uit je kast - of uit één la, klein beginnen is oké! Zo zie je goed hoeveel je hebt. Scheid dan wat je zeker wil houden van wat zeker weg mag. Spullen waarover je twijfelt, doe je in een aparte doos, die je in een andere kamer opbergt. Wat enkele maanden later nog steeds in die doos zit, zal je zonder hartenpijn kunnen wegbrengen.

En die kindertekeningen? “Herinneringen verdwijnen niet als je spullen wegdoet,” zegt opruimcoach Nele Colle . Onze tip: laat je kind zelf de allermooiste werkjes uitkiezen. Dat maakt de overblijvende exemplaren nog waardevoller én je brengt je kind meteen goede opruimgewoontes bij.

Tot slot: de eenvoudigste manier om niet om te komen in de spullen is … weinig kopen! Dat geldt des te meer voor zaken die je niet vaak gebruikt, zoals een luchtmatras, een boormachine of een extra reiskoffer. Er woont vast iemand in je buurt van wie je die mag lenen.

5. Slim opbergen

Zodra je alle overbodige spullen overboord gegooid hebt, blijft het zaak je huis opgeruimd te houden.

Met deze basisprincipes in het achterhoofd lukt dat je beter dan ooit:

  • Geef alles een vaste plek. Als je ergens in huis een verdwaalde vork vindt, weet je meteen waar die thuishoort. Maar dat geldt lang niet voor alle spullen. Geef dus alles een vaste, logische plek: boeken op de plek waar je leest, speelgoed in de ruimte waar de kinderen spelen, papieren daar waar je je administratie doet.

  • Kies de best passende opbergsystemen. Bekijk kamer per kamer hoe je de spullen die er thuishoren beter kan opbergen. Is de kapstok in de gang en rommeltje? Plaats op een plank erboven mandjes voor sjaals en mutsen. In de garage kan je alle fietsen en steps misschien ophangen. Vind je niets terug in die enorme buffetkast? Deel ze op met stijlvolle dozen of manden, liefst gelabeld met een mooi etiket dat past bij je interieur.

  • Vind de geheime opbergruimte in je huis! Onder de bedden passen bakken vol met winterkleren of reservedekbedden. De holtes onder de trap doen prima dienst als schoenenrek. En reiskoffers nemen veel plaats in, maar waarom zou je ze leeg laten? Ze lenen zich perfect om kampeerspullen, kussens van tuinstoelen en opblaasbare zwembadjes in op te bergen. 


Gerelateerde artikels