Ruimtelijke ordening stuur je niet met btw
Lees meer...
Opiniekstuk van Gaëtan Hannecart, Uitvoerend Voorzitter van de Raad van Bestuur bij Matexi.
Elke dag verdwijnt in Vlaanderen gemiddeld 3,8 hectare open ruimte. Omgerekend komt dat neer op ongeveer 0,1% bijkomend ruimtebeslag per jaar. Dat tempo ligt lager dan enkele jaren geleden, maar blijft te hoog en gebeurt nog te vaak op de verkeerde plekken. Maar het debat daarover zit vandaag vast. Wie dat debat herleidt tot het aantal hectares of “voetbalvelden” of recent zelfs “padelvelden” die we per dag verliezen, mist de essentie. Door ruimtegebruik te vertalen in beelden en symboliek, reduceren we een complex vraagstuk tot een simplistische ja of nee-discussie. Dat vertroebelt het debat.
De uitdaging is niet alleen hoeveel ruimte we innemen, maar vooral waar en hoe we dat doen.
De vraag is niet óf er ruimte is. De vraag is hoe we die ruimte bewust en doordacht inzetten. Vandaag wordt ongeveer een derde van Vlaanderen ingenomen door ruimtebeslag: wonen, werken, zorg, recreatie, infrastructuur, parken, tuinen en andere functies, met uitzondering van landbouw en natuur. Maar belangrijker dan dat aandeel is hoe dat ruimtebeslag tot stand is gekomen. Te vaak gebeurde dat versnipperd, op ongunstige locaties en zonder samenhang. Historische keuzes rond lintbebouwing en verspreide ontwikkeling bepalen vandaag nog altijd de druk op de open ruimte, economische activiteit, mobiliteit, en leefomgeving.
Die dynamiek is niet gestopt. Dat is zorgwekkender dan het aantal hectare dat er jaarlijks bijkomt, want dit is slechts 0,1% per jaar op een ruimtebeslag van 33%. Het probleem is niet hoeveel ruimte we innemen, maar waar en hoe we dat doen. Nog te veel nieuwe ontwikkelingen ontstaan buiten kernen, terwijl goed gelegen locaties onbenut blijven. En precies daarom worden cijfers vaak verkeerd geïnterpreteerd.
Het gaat jaarlijks om 1.000 à 1.500 hectare bijkomend ruimtebeslag. Dat lijkt aanzienlijk, maar zegt weinig zonder context. Met een doordachte ontwikkeling aan een comfortabele densiteit kunnen bijvoorbeeld 100.000 extra woningen worden gerealiseerd met ongeveer 3.300 hectare bijkomend ruimtebeslag. Dat komt neer op slechts 0,25% extra ruimtebeslag in Vlaanderen. Wie pleit voor een absolute stop op bijkomend ruimtegebruik vertrekt vanuit een begrijpbare bezorgdheid. Open ruimte is essentieel voor biodiversiteit, waterbeheer, voedselproductie en levenskwaliteit. Maar een dogmatische benadering en een moeizaam vergunningsbeleid lossen het probleem niet op, ze verschuiven het.
Kwalitatief wonen, in een energiezuinige woning op een gezonde en aangename plek, is geen luxe, maar een basisbehoefte. Vlaanderen staat voor de uitdaging om de komende decennia honderdduizenden bijkomende woningen mogelijk te maken. Als we het aanbod beperken zonder alternatief, verschuift de druk naar prijzen en betaalbaarheid. Dan betalen vooral jonge gezinnen en kwetsbare groepen de rekening.
Daarom moeten we duidelijke keuzes maken. Verdichten waar het logisch is. Bouwen in en rond kernen, waar voorzieningen en openbaar vervoer aanwezig zijn. Slecht gelegen gronden herbestemmen waar mogelijk en open ruimte herstellen waar nodig. Niet alles overal toelaten, maar bewust kiezen waar ontwikkeling wenselijk is. Met respect voor open ruimte én ruimte voor wonen en economie. Want niet elke vierkante meter weegt even zwaar door. Een goed gelegen, doordachte ontwikkeling draagt meer bij aan een duurzame toekomst dan verspreide bebouwing die op papier minder ruimte inneemt, maar in praktijk meer impact heeft. Wie elke bijkomende hectare gelijkschakelt en automatisch als problematisch bestempelt, voert de verkeerde strijd.
Als we de woonuitdagingen ernstig nemen, hebben we nood aan een volwassen ruimtelijk debat.
De cijfers tonen dat het tempo van ruimtebeslag vertraagt. Dat is een stap vooruit. Maar zonder duidelijke keuzes blijven we ter plaatse trappelen. Als we tegelijk onze open ruimte willen beschermen én onze woonnoden willen invullen, hebben we nood aan een volwassen debat. Geen debat dat blijft steken in slogans, maar één dat keuzes durft maken. Laat ons stoppen met te discussiëren over hoeveel ruimte we innemen, en beginnen met keuzes te maken over hoe we onze ruimte willen ordenen: over waar en hoe bouwen, en waar we inzetten op het herstellen van de open ruimte en natuur.