Dankzij participatie ontwikkelt Matexi buurten die gedragen zijn door de hele omgeving
Lees meer...
Sociale verbondenheid in buurten ligt ons als buurtontwikkelaar nauw aan het hart. We gingen erover in gesprek met Guy Redig, voormalig professor aan de VUB en expert in participatie.
Volgens hem ligt de sleutel tot sterke gemeenschappen niet in grote structuren of bestuursniveaus. Ze ligt in buurten, in vrijwilligers die initiatief nemen, in lokale ambtenaren die luisteren, en bij politici die durven samen te beslissen met hun inwoners. Want zijn dat niet de mede-eigenaars van hun stad of gemeente?
Al vele jaren leeft de nood aan "meer verbinding" bij heel wat lokale besturen. Ze maken bewust werk van participatietrajecten, buurtbudgetten en burgerinitiatieven. Toch voelt de afstand tussen burger en overheid voor veel mensen nog steeds (te) groot aan. Soms blijven initiatieven beperkt tot een eenmalig project of groeit er wat cynisme omdat het niet altijd goed uitdraait.
Volgens Guy Redig begint het bij een fundamenteel probleem: veel burgers begrijpen niet hoe onze overheid georganiseerd is. Wie beslist waarover? Wat is het verschil tussen college en gemeenteraad. Wat is de rol van een ambtenaar? Welke bevoegdheden zitten lokaal, regionaal of federaal? "Er is een kenniskloof tussen burgers en de manier waarop wij onze overheid georganiseerd hebben. Veel mensen verwachten van hun stad of gemeente oplossingen voor zaken waar die niet over beslist."
Dat voedt frustraties. Dagelijkse problemen zoals slechte wegen, mobiliteit of overlast worden al snel toegeschreven aan "de overheid", zonder onderscheid tussen de verschillende actoren en bestuursniveaus. Tegelijk komen burgers vaak pas in contact met hun bestuur wanneer er iets misloopt. En precies daar ontstaat het beeld van een afstandelijke of ongeïnteresseerde overheid.
Toch blijft Redig optimistisch. “Er bestaan vandaag meer dan genoeg instrumenten om burgers actief te betrekken. De vraag is of besturen er voldoende tijd voor maken én weten hoe ze duurzaam te gebruiken." Participatie wordt te snel herleid tot een enquête of een buurtvergadering, zonder goed na te denken over wat men precies wil weten.
Hij geeft het voorbeeld van een gemeente die inwoners vraagt of er nood is aan een nieuw ingericht buurtplein. "Dat is methodologisch geen goede vraag. De meeste mensen hebben geen zicht op wat er mogelijk is bij de inrichting van zo’n buurtplein. Vraag liever hoe zij de open ruimte in hun onmiddellijke omgeving beleven en waar ze tekorten ervaren. Geef hen inspiratie en vooral erkenning, dan oogst je veel meer creativiteit en energie.”
Goede participatie vraagt dus expertise, een doordachte aanpak en veel goesting en volharding. Ook als het even niet lukt.
Dat burgers vanuit hun eigen leefwereld en belangen redeneren, vindt Redig niet problematisch. De opdracht van een lokaal bestuur bestaat er volgens hem wel in om individuele belangen naast het algemeen belang te leggen. Niet door mensen terecht te wijzen, maar door hen inzicht te geven in het bredere plaatje.
Dat gebeurt volgens hem al jarenlang in adviesraden, waar verenigingen leren om niet alleen hun eigen noden te verdedigen, maar ook rekening te houden met andere groepen in de samenleving. "Mensen mogen vanuit hun eigen belang spreken. Maar je mag ook wel verwachten dat ze bereid zijn dat belang af te wegen tegenover het algemeen belang." Te vaak worden adviesraden als praatbarakken voorgesteld. Als dat zo is, dan is er gemis aan goede coaching.
Participatie, gemeenschapsopbouw en samenwerking ontstaan niet vanzelf. Ze vragen medewerkers die kunnen luisteren, verbinden, begeleiden en tegelijk kritisch durven zijn tegenover politieke beslissingen. Volgens Redig wordt het belang van een sterk ambtenarenkorps vaak onderschat.
"Je hebt ambtenaren nodig die empathie hebben voor hun publiek, maar die ook kritisch genoeg zijn om politici tegen te spreken wanneer dat nodig is. En die blijven geloven in de kracht van hun burgers." Een lokaal bestuur moet daarom medewerkers aanwerven met expertise in bv. participatie en gemeenschapswerk. "Als je kritische ambtenaren aanwerft, krijg je een meer open en democratisch bestuur."
Hoe moet een bestuur omgaan met burgerinitiatieven? Voor Redig is het antwoord helder: begin met kijken naar wat er al leeft. "Wat vanuit de bevolking ontstaat, moet je alle kansen geven." Vrijwilligers, verenigingen en buurtinitiatieven brengen volgens hem een enorme maatschappelijke energie op gang. De taak van het bestuur bestaat erin die initiatieven ruimte te geven, te ondersteunen en waar nodig te versterken. Vaak volstaat een kleine stimulans om enthousiasme te oogsten. Pas wanneer bepaalde behoeften onbeantwoord blijven, kan een overheid zelf initiatief nemen. Ook dan blijft samenwerking de voorkeur genieten. "Je kijkt waar er tekorten zijn. Als niemand zich aandient om daar iets mee te doen, dan kan de stad of gemeente zelf initiatief nemen. Meestal vind je dan mensen die daar goesting voor hebben."
Terwijl beleidsmakers werken aan bv. fusies en regiovorming, ziet Redig het echte werk elders gebeuren. "De binnengemeentelijke dynamiek is veruit het belangrijkste. Want gemeenschappen ontstaan in buurten. Daar leren mensen elkaar kennen. Daar ontstaat vertrouwen. En daar groeit betrokkenheid. De nabijheid van het lokale bestuur, letterlijk en figuurlijk, is hier cruciaal.”
Gemeenschappen ontstaan in buurten. Daar leren mensen elkaar kennen. Daar ontstaat vertrouwen. En daar groeit betrokkenheid.
Guy Redig
voormalig professor aan de VUB en expert in participatie
Of het nu gaat om een buurt van enkele honderden inwoners of enkele duizend, de principes blijven dezelfde: mensen samenbrengen, initiatieven en engagementen volop kansen geven en zorgen dat bewoners zich echt gehoord voelen.
Het omgekeerde is even waar. "Het slechtste wat een buurt kan overkomen, is dat er geen samenhang meer is of dat bewoners het gevoel krijgen dat ze vergeten worden door hun bestuur. Of dat de participatie verglijdt naar bureaucratische procedures."
Lokale besturen zoeken vaak naar vernieuwende projecten om verbinding te versterken. Maar volgens Redig ontstaat duurzame impact niet door telkens nieuwe initiatieven te lanceren.
Gemeenschapsopbouw vraagt een langetermijnvisie, duidelijke keuzes en het vermogen om voortdurend te luisteren naar wat er leeft. "Als je goed luistert en concreet samenwerkt, stijgt niet alleen de kwaliteit van je beslissingen. Ook het draagvlak groeit. Er ontstaan gemeenschappelijke projecten, met de burgers als mede-eigenaars."
En wellicht is dat wel de essentie van sterk lokaal bestuur: niet méér participatie organiseren, maar betere participatie. Niet méér projecten opzetten, maar ruimte geven aan wat al leeft. En niet vertrekken vanuit structuren, maar vanuit mensen.
Want, sterke gemeenschappen worden niet gebouwd in vergaderzalen. Ze groeien van onderuit, buurt per buurt.