Verhalen uit de buurt

Woontrends 2018 – Waar wil de Belg graag leven?

23 februari 2018

Ondertussen is Batibouw afgelopen, dé woonbeurs voor particulieren in België. Bovendien staat de lente voor de deur, en krijgen we zin om onze neus buiten te steken. Dat treft, want wat blijkt: cocoonen is uit, buurten is in. Naar aanleiding van Batibouw geeft Matexi, België’s grootste projectontwikkelaar, een inkijk in de belangrijkste woontrends van 2018.

Klein is minstens zo fijn

Onze gezinnen worden gemiddeld kleiner: 1-oudergezinnen zijn geen uitzondering meer, en ook de vergrijzing speelt mee. Bovendien treft de overheid maatregelen om niet méér grond te gaan bebouwen, om zo de kostbare open ruimte in ons land te bewaren. Het gevolg? We gaan geleidelijk aan kleiner wonen: daar waar de gemiddelde bewoonbare oppervlakte van vergunde bouwaanvragen nog 105m² was in 2012, is die vandaag gedaald tot 90m². “We zien die verschuiving naar kleiner wonen ook bij Matexi,” zegt Guy Huyberechts, sales excellence manager Matexi. “Op de bijna 1.500 opgeleverde woningen van vorig jaar was 53% een appartement.”

Dat hoeft evenwel geen domper te zetten op het wooncomfort van de Belg. “Compact wonen heeft beslist een aantal voordelen: je energiefactuur zal minder zwaar wegen, en bovendien zorgen we bij projecten steeds voor voldoende groen in de publieke ruimtes. Zo hoeft iemand die kleiner behuisd is, zeker niet in te boeten aan ademruimte”, stelt Anne-Marie Buyle, communicatiemanager bij Matexi.

Compact wonen is uiteraard een heel brede term. De uitwerking kan enorm veel verschillende vormen aannemen: van co-housing of micro-woningen tot verticaal wonen, er is voor elk wat wils. Kleinere en gedeelde ruimtes vragen natuurlijk ook om slimme oplossingen om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te gebruiken, en daar laten lifestyle fanaten maar wát graag hun creativiteit op los. Instagram en Pinterest staan bol van de inspiratie, en ketens als Ikea hebben al jaren begrepen dat hier een grote markt voor is.

Terug naar de kern

Onze woningen worden niet enkel kleiner, we trekken ook terug naar de stad. In de laatste tien jaar is de stadsvlucht sterk afgenomen, vooral in Vlaanderen (van netto 7200 vertrekkenden in 2007, naar 2100 in 2016). Dat hoeft niet te verbazen: in een land waar de wegen dichtslibben, bieden stadskernen veel mobiliteitsopties, en dus flexibiliteit. Bovendien vind je alle voorzieningen op wandelafstand van je voordeur.

Toch zijn er grote verschillen tussen steden onderling. “Een stad als Mechelen doet het uitstekend, terwijl Antwerpen nog altijd mensen zag wegtrekken”, merkt Buyle op. “De aantrekkelijkheid van een woning hangt duidelijk samen met de algemene leefbaarheid van de buurt. Zo is het Antwerpse Groen Kwartier, een site met woningen, winkels, parkjes, speelpleinen, en zelfs een sterrenrestaurant op een autovrije zone van 7ha, erin geslaagd om een record-aantal jonge gezinnen aan te trekken, terwijl zij gewoonlijk de eersten zijn om weg te trekken uit de stad.”

Het beste van twee werelden

Mensen blijken het beste van twee werelden te willen: de vrijheid van de bruisende stad, gecombineerd met de veiligheid en toegankelijkheid van een warme buurt. “Het buurtgevoel bestaat natuurlijk uit méér dan enkel verkeersarme straten. Ruimtegevoel is ook een hele grote factor“, volgens Anne-Marie Buyle.

„Dankzij de inplanting van voldoende groenruimte, pleinen, speelterreinen of avontuurlijke wadi’s brengen steeds meer ontwikkelaars de voordelen van het platteland naar de stad.” Hoge appartementsgebouwen bieden dan weer veel licht en een onbelemmerd zicht over de bruisende stad. “Mensen ontdekken opnieuw dat stedelijk wonen perfect kan samengaan met ruimtegevoel.”

Cocooning is out, buurten is in

Omdat we kleiner gaan wonen, wint de publieke ruimte aan belang. Bij de aankoop van een woning hecht 86% van de Belgen bijna evenveel belang aan de buurt als aan de woning zelf. En dan gaat het niet enkel om het imago van de buurt, maar ook om het functionele comfort.

De rol van de publieke ruimte verschuift ook. Mensen gaan steeds meer ruimte delen: gedeelde fietsenstallingen, parkjes, gedeelde moestuintjes ... Ze versterken het buurtgevoel en de sociale cohesie.

“Het buurtgevoel wint aan belang. 61% van de Belgen geeft aan dat sociaal contact het belangrijkste aspect is van de woonsituatie”, concludeert Huyberechts. “Daarom proberen we de mensen zoveel mogelijk te betrekken bij onze ontwikkelingen. Dat kan bijvoorbeeld door tijdelijke invullingen die de omwonenden al kennis te laten maken met een nieuw project.” Zo’n invulling kan veel vormen aannemen: van een sociaal café tot een hippe bar zoals Bar Gloed in de Antwerp Tower. “Het belangrijkste is dat mensen elkaar ontmoeten.”

Share: