Rue Vandevelde in Cuesmes

rue vandevelde, cuesmes

  • Buurt met ongeveer 400 woningen, ontworpen op maat van haar omgeving
  • Ecobuurt gestructureerd rond 4 hectare groen-blauwe structuur
  • Groene publieke ruimtes die bijdragen aan levenskwaliteit en sociale cohesie
  • Zachte mobiliteit en duurzaam waterbeheer, met een beperkte impact op het verkeer

Het project voorziet de ontwikkeling van een woonbuurt met ongeveer 400 woningen, bestaande uit zowel huizen als appartementen, ontworpen om harmonieus aan te sluiten op het bestaande weefsel. We leggen de nadruk op groenvoorziening, levenskwaliteit, zachte mobiliteit en een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen, met aandacht voor sociale cohesie via kwalitatieve publieke en groene ruimtes.

Ingericht als ecobuurt wordt het project gestructureerd rond een ruime groen-blauwe structuur van 4 hectare, die de biodiversiteit versterkt en inzet op doordacht waterbeheer.

Alle onderdelen van het woonproject (waterbeheer, mobiliteit, bouwvolumes, biodiversiteit en mogelijke hinder) werden onderworpen aan specifieke studies om de impact op de omgeving en de buurt nauwkeurig in kaart te brengen.

Rekening houdend met de recente regelgeving en de opmerkingen die tijdens het openbaar debat werden geformuleerd, voorziet het woonproject onder meer in onderbouwde maatregelen voor hemelwaterbeheer, een geoptimaliseerde verkeersorganisatie en bijzondere aandacht voor bezonning en geluidsimpact.

De antwoorden op enkele belangrijke vragen vindt u in de FAQ-sectie hieronder.

 

Hectare

15

Totale oppervlakte van het projectgebied

m² groen

40.000

Het gaat hier uitsluitend om het publieke groengebied. Het project omvat in totaal bijna 100.000 m² aan groene ruimte wanneer ook de tuinen en private groenzones worden meegerekend, wat overeenkomt met 70% van de volledige site.

Woningen/appartementen

400

240 woningen, 160 appartementen, densiteit (netto) van 52 verblijven per hectare.

×

Bekijk de buurt

Veelgestelde vragen

Hoe houdt het project rekening met het bestaande risico op afstroming en overstroming?

Sinds de overstromingen van 2021 in de regio van de Vesder is waterbeheer een belangrijke prioriteit bij nieuwe ontwikkelingen.

In het kader van het project van de ZACC 41 in Cuesmes werd een uitgebreide studie uitgevoerd naar de bodemdoorlatendheid en het hydrologisch gedrag van de site. De testen tonen aan dat de bodem globaal matig doorlatend is.

Via modellering werden de natuurlijke afstromingsassen op het terrein in kaart gebracht. De resultaten bevestigen dat in de huidige situatie het risico op afstroming niet onbestaande is en dat er reeds wateraccumulatie wordt vastgesteld in de rue Hector Delanois en op het terrein zelf.

Deze vaststellingen komen zowel overeen met de technische analyse als met de observaties van de omwonenden.

Het project houdt expliciet rekening met deze realiteit en integreert deze parameters in het ontwerp.

 

Bekijk hier de kaart van de huidige situatie en de natuurlijke afstromingsassen.

 

Welke concrete maatregelen worden voorzien voor het beheer van hemelwater?

Op basis van de bestaande situatie werd een modellering uitgevoerd van de toekomstige toestand, waarbij rekening werd gehouden met wijzigingen in topografie, nieuwe inplantingen en bijkomende verharde oppervlakken.

De dimensionering van de voorzieningen werd berekend op basis van:

  • een regenbui met een terugkeerperiode van 25 jaar,
  • een afvoerdebiet van 2 l/s/ha,
  • conform de aanbevelingen voor lozing naar de uitlaat DI1200,
  • met een minimale hydraulische beschermingsdoelstelling van 25 jaar.

Het project voorziet:

  • twee wadi’s,
  • zes open, trapsgewijs aangelegde stormbekkens.

Deze voorzieningen maken het mogelijk om:

  • de wateraanvoer afkomstig van de site en het hoger gelegen gebied tijdelijk te bufferen,
  • de continuïteit van de waterafvoer tussen stroomopwaarts en stroomafwaarts te garanderen, ook bij extreme neerslaggebeurtenissen.

De capaciteit van de bekkens wordt als voldoende beschouwd om de waterhoeveelheden afkomstig van de nieuwe verharde oppervlakken op een efficiënte manier te beheren.

Bekijk hier de kaart van de toekomstige inrichting en de voorzieningen voor waterbeheer:

aménagement futur et dispositifs de gestion de l’eau

Is er een risico verbonden aan de ondergrond of aan historische mijnactiviteiten?

De site in Cuesmes bevindt zich in de nabijheid van de galerijen van de Malogne (± 1 km) en ligt in een regio met historische mijnbouwactiviteiten. Om hierop een objectief en technisch onderbouwd antwoord te kunnen geven, werden uitgebreide studies uitgevoerd.

Draagkracht van de bodem

Er werden maar liefst 103 boringen uitgevoerd op de site.
De analyses onderscheiden drie hoofdlagen:

  • Tot op 2 m diepte: een consistente oppervlaktelaag.
  • Tot op 4,5 m diepte: een doorgaans weinig consistente bodem (lemig, kleiig of zanderig).
  • Op grotere diepte: matig verdicht zand.

Het aangestelde stabiliteitsbureau bevestigt dat het haalbaar is om gebouwen van gemiddelde hoogte te realiseren, mits het type fundering wordt aangepast aan de geraamde differentiële zettingen.

Het risico voor de ondergrond is bovendien onbestaande, gezien het oppervlakkige karakter van de voorziene funderingen.

Mijnrisico

De site bevindt zich buiten de zones die beïnvloed worden door historische galerijen. Recente incidenten in de regio zijn voornamelijk het gevolg van lekken in waterleidingen of aanhoudend zwaar verkeer, en niet van mijnactiviteiten.

Daarnaast voorziet het project in een quasi evenwichtige grondbalans, waardoor het grondverzet sterk wordt beperkt. Het transportverkeer zal hoofdzakelijk bestaan uit de aanvoer van bouwmaterialen tijdens de realisatie van de woningen.

Bekijk hier de DRIGM-kaart (bron: Walonmap) met aanduiding van ondergrondse steengroeven (oranje) en mijnschachten (groen).

carte DRIGM 

Wat zal de impact van het project zijn op mobiliteit en lokale verkeerscirculatie?

Mobiliteit is een belangrijk aandachtspunt, aangezien zij een directe impact heeft op het dagelijks leven van de omwonenden. Het doel van de mobiliteitsstudie was niet om de huidige situatie te beoordelen, maar om de concrete impact van het project op het bestaande wegennet te meten.

In dat kader werden verkeerstellingen uitgevoerd over een lange periode (2014–2024), inclusief tijdens de ochtendspits (7u55). De analyse werd uitgevoerd door twee onafhankelijke studiebureaus, Up&Cie en AME, om de objectiviteit van de gegevens te waarborgen.

Resultaten van de analyses

Het project zal leiden tot een beperkte toename van het verkeer, die binnen de capaciteit van het lokale wegennet blijft.

Kruispunt N544 / Rue Ferrer / Rue de Ciply
De toename bedraagt minder dan 5% van de belasting van het kruispunt tijdens de piekuren. De impact op de capaciteitsbenutting is beperkt (ongeveer 2%). De conclusies van het voorontwerp blijven dan ook geldig.

Kruispunt N544 / Vandervelde
Het project zal geen significante impact hebben op de werking van het kruispunt.

  • Ochtend: TCU 9 (40%) → 13 (46%)

  • Avond: TCU 13 (66%) → 16 (71%)

Kruispunt Vandervelde / Delanois
Er wordt geen significante impact verwacht op de werking van dit kruispunt.

Globaal gezien zal de verstedelijking van de terreinen tussen de rue de Ciply, de rue Delanois en de spoorlijn geen significante wijziging van de verkeersomstandigheden veroorzaken.

De site biedt bovendien een aanzienlijk potentieel voor het gebruik van alternatieve vervoersmodi, met name voor woon-werk- en woon-schoolverplaatsingen. De aanleg van toegangen via de rue Delanois en de rue Emile Vandervelde zorgt voor een optimale spreiding van de verkeersstromen en beperkt de impact op het wegennet.

Bekijk hier de verkeerstellingen uitgevoerd tijdens de ochtendspits (7u55).

 

Waarom voorziet het project grotere bouwvolumes en aanpassingen ten opzichte van het SOL en het GCU?

Het GCU voorziet een minimale brutodichtheid van 22 woningen per hectare, terwijl het RUE van 2013 uitgaat van een minimale brutodichtheid van 25 woningen per hectare.

Sinds 2024 bepaalt het Territoriaal Ontwikkelingsschema echter dat in stedelijke centraliteitszones een minimale nettodichtheid van 40 woningen per hectare moet worden gerealiseerd. Het project werd ontworpen met inachtneming van dit geactualiseerde beleidskader.

Deze evolutie leidt tot bepaalde aanpassingen ten opzichte van het SOL, onder meer:

  • het concentreren van de bebouwing in specifieke zones,

  • de aanleg van een centraal groengebied van ongeveer 4 hectare,

  • de integratie van het perceel in het Canopée-plan.

De aanwezigheid van collectieve woonvormen (appartementen) maakt het mogelijk om deze dichtheid te realiseren, terwijl verdere stedelijke spreiding wordt beperkt en ruime niet-verharde oppervlakken behouden blijven. Dit draagt bovendien bij aan een evenwichtige sociale mix en natuurlijk sociaal toezicht.

Om de impact op bestaande woningen te beoordelen, werd een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze toont aan dat de omvang van de slagschaduw, ook tijdens de winterzonnewende, beperkt blijft.

De toename van de bouwvolumes laat toe om verharde oppervlakken te beperken en een samenhangende ruimtelijke organisatie van de site te realiseren, zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke doelstellingen van het RUE.

📍 Bekijk hier de bezonningsstudie (slagschaduw tijdens de winterzonnewende)ici 
📍 Bekijk hier de inplanting van de voorgestelde groenzone in vergelijking met het RUE van 2013: ici 

Heeft het project een impact op de biodiversiteit of op het aangrenzende Natura 2000-gebied?

In het kader van de projectstudie werd een grondige ecologische analyse uitgevoerd.

Het betrokken gebied bestaat momenteel hoofdzakelijk uit graslanden die als paardenweide worden gebruikt. Daarom wordt de biologische waarde ervan op de Biologische Waarderingskaart als laag ingeschat.

Het aangrenzende Natura 2000-gebied (de terril van Héribus) daarentegen heeft een zeer hoge biologische waarde en vormt het belangrijkste biodiversiteitsreservoir in de omgeving. Dit gebied wordt niet beïnvloed door het project.

De terreinopnames bevestigen dat de lokale ecologische situatie de voorbije jaren niet is gewijzigd:

  • er werden geen beschermde habitats vastgesteld binnen de projectzone;
  • er werden geen specifieke beschermde soorten aangetroffen, met uitzondering van vogels.

Conform de natuurbehoudswetgeving zijn alle vogelsoorten beschermd. De soorten die in het studiegebied werden waargenomen zijn echter algemeen en overwegend stedelijk van aard en vormen geen specifiek behoudsbelang.

Hoewel de site geen belangrijke ecologische corridor vormt, kunnen de aanwezige natte gracht en enkele geïsoleerde bomen lokaal bijdragen aan de verplaatsing van bepaalde soorten (vogels, amfibieën en insecten).

Het project behoudt en versterkt deze functie door de aanleg van een centraal groengebied van ongeveer 4 hectare, dat de ecologische continuïteit bevordert.

Wat zal de impact van het project zijn op het vlak van geluid en trillingen?

Er werd een specifieke studie uitgevoerd om de geluids- en trillingsimpact van het bijkomende verkeer als gevolg van het project te evalueren.

Situatie na realisatie van het project

Uit de analyses blijkt dat de toename van het geluidsniveau ten opzichte van de bestaande achtergrondgeluiden globaal gezien verwaarloosbaar en weinig waarneembaar is.

Lokaal kan een toename tussen 4 en 7 dB(A) worden vastgesteld. Deze blijft echter beperkt tot de buitenomgeving en zou geen merkbare verhoging van het geluidsniveau binnenshuis veroorzaken.

De onderstaande simulatie toont aan dat de impact op de bestaande woningen onder 50 dB(A) blijft (zeer laag geluidsniveau).

Trillingen en werffase

Er werden trillingsmetingen uitgevoerd op drie meetpunten en volgens de drie bewegingsassen, met behulp van geofonen.

In de huidige situatie wordt geen hinder vastgesteld voor de woningen in de nabijheid van de site. De voorziene toename van 10% van het verkeer zou, in overeenstemming met de norm DIN 4150-2, geen hinder veroorzaken.

Tijdens de werken kan er tijdelijk sprake zijn van matige hinder. Deze blijft echter beperkt tot de daguren en tot weekdagen.

👉 Bekijk ook: l’implantation des points de mesure des vibrations.