$name

18 June 2020

“Bij bouwen is het intussen logisch – en ook wettelijk verplicht – dat we rekening houden met de impact op het klimaat. We nemen dus allerlei energiezuinige maatregelen zoals doelgerichte isolatie en zonne-energie. Dat is fantastisch. Maar we vergeten daarbij het aspect biodiversiteit: de rijkdom aan planten en dieren in de buurt,” zegt Jesse Dobbelaere. 

Biodiversiteit vangt klimaatverandering op

Biodiversiteit is het geheel aan dieren en planten dat in een regio voorkomt. Hoe groter de biodiversiteit, hoe veerkrachtiger het ecosysteem, en hoe beter het dus bestand is tegen ‘crisissen’ zoals klimaatverandering. Ook mensen varen wel bij een grote biodiversiteit, want onze voedselvoorziening hangt voor een groot deel af van bestuiving van gewassen door insecten. 

Geen nestjes, geen voedsel

“En net met die biodiversiteit is het niet goed gesteld bij ons,” legt Jesse uit. “Neem nu bijvoorbeeld zwaluwen en huismussen. Zij vonden tot voor enkele decennia nog broedplaatsen in de spleten en kieren van gebouwen, maar nu we alles zo netjes dichtmaken en perfect isoleren, wordt nestgelegenheid voor vogels steeds schaarser. Ook vinden ze onvoldoende insecten om te overleven en jongen groot te brengen. Zelfs op het platteland is het aantal vogels enorm gedaald omdat er niet langer heggen, bomen en een variatie aan akkergewassen groeien.”

Nestkasten voor de eeuwigheid

Eén van de ingrepen die Jesse sinds twee jaar integreert in de Brusselse projecten die hij mee ontwikkelt, is het inbouwen van nestplaatsen in nieuwbouwmuren. Elke vogel- of vleermuissoort heeft een ander soort nest nodig, op een andere hoogte, in een verschillende windrichting. Afhankelijk van de hoogte en oriëntatie van het gebouw, kiest hij specifieke nestplaatsen voor vleermuizen en vogels.

Jesse: “Nederland staat op dat vlak veel verder. Daar zijn al heel wat wettelijke verplichtingen rond natuurinclusie bij nieuwbouw. De nestkasten die wij importeren, zijn ontwikkeld door Nederlandse natuurorganisaties in samenwerking met de bouwsector.”

Copyright foto: Vivara Pro

Dieren in nesten

Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren. Het zijn fascinerende en nuttige diertjes die een enorme hoeveelheid muggen en andere insecten naar binnen spelen. Omdat ze zelf geen nest- of schuilruimte kunnen bouwen, zijn ze afhankelijk van bestaande kieren en spleten. Vroeger schuilden ze overdag in holle bomen. Later vonden ze ruimte in de buurt van mensen: in kieren van gebouwen, onder dakpannen, op zolders, …

Nu nieuwe gebouwen energiezuinig – en dus zonder kieren en gaten – opgetrokken worden, vinden vleermuizen er niet langer die broodnodige rustplaatsen. Wanneer je natuurinclusief bouwt, creëer je permanente nestgelegenheid in nieuwbouwwoningen en zorg je dus voor een stabiele schuilplaats.

Weinig inspanning, maximaal effect

De speciaal ontworpen nestkasten zijn ingebed in de siergevel van woningen, waardoor je ze haast niet ziet. Ze hebben het perfecte formaat om bijna onzichtbaar in de spouwmuur te integreren. Veroorzaken de kasten geen overlast aan de bewoners van het huis? 

Jesse: “Nee, we kiezen bewust voor vogelsoorten die niet bevuilen, zoals de huismus, meesjes, de zwarte roodstaart of de gierzwaluw. Vleermuizen rusten overdag in de nestruimten en doen er ook hun behoefte, maar die drolletjes zijn volledig droog en al tot stof vergaan voor ze de nestkast uitvallen.”

Copyright foto: Vivara Pro

Veerkracht in de buurt

Onze zomers zullen steeds warmer worden en stormen zullen kort en hevig zijn, met overvloedige regenval. Matexi houdt dus al jaren de verharding in buurten minimaal. Korte opritten, smalle straten en groenzones zorgen ervoor dat de bodem overtollig water tijdig kan slikken. Tegelijk zorgen meer groen en minder steen voor afkoeling en dus een draaglijke temperatuur bij hittegolven.

Jesse: “De combinatie van hitte en vochtigheid zal gepaard gaan met de komst van meer insecten, denk maar aan muggenplagen. Het is dus van belang om ons te omringen met natuurlijke vijanden van die plagen, zodat de natuur dit voor ons kan opvangen. Zwaluwen smullen zich te pletter aan insecten. En wist je dat een vleermuisje van 20 gram zo’n 300 muggen per nacht verorbert? Op jaarbasis eet zo’n diertje meer dan 3,5 kg insecten. Die mag gerust in mijn tuin rondvliegen om muggen te vangen!”

Copyright foto: Vivara Pro

Meer dan nestkastjes alleen

Zal het probleem met de biodiversiteit opgelost zijn door in elke Matexi-woning nestkasten te integreren? Jesse: “Natuurlijk niet. Het gaat om een totaalaanpak. Je moet een buurt bekijken als een ecosysteempje op zich, waarbij je voor maximale inheemse beplanting kiest. Deze planten produceren nectar op het moment dat lokale insecten die nodig hebben. Die insecten vormen dan weer voedsel voor de bewoners van de nestkasten. Een plat dak? Dat zou standaard een groendak moeten worden, met nuttige, gevarieerde, lokale plantjes erop – geen doelloze vetplanten. Alleen zo zorg je ervoor dat je een gebalanceerd stuk natuur uitbouwt in een bewoond gebied zoals een buurt.”

Copyright foto: Vivara Pro

Toekomstplannen: Matexi-buurten als eco-hubs

Door in onze buurten eenvoudige ingrepen te doen ten voordele van de biodiversiteit, zoals inheems groen, waterbuffering, behuizing voor insecteneters en dergelijke, kunnen we de klimaatopwarming beheersbaar houden. Tegelijk corrigeren we op die manier de onbedoelde bijwerkingen van andere klimaatmaatregelen zoals isolatie en verdichting die nestruimten voor vogels wegnemen.

Copyright foto: Vivara Pro

Jesse past als pionier al twee jaar de aanpak van natuurinclusief bouwen toe bij de Matexi-projecten in het Brusselse gewest. Zijn aanpak wordt nu meegenomen door de werkgroep vergroening om in de andere provincies ook uit te rollen.

Jesse: “Het gaat vooral om bewustzijn. Aandacht hebben voor waardevolle natuurelementen in je bouwproject. Want een meerkost is er eigenlijk niet. Wel moeten we een stevige natuurinclusieve reflex krijgen bij het ontwerpen van buurten. Als ontwikkelaar van buurten over heel België kunnen we een enorme impact hebben op de biodiversiteit en een voorbeeld worden voor anderen … en wie weet zelfs voor de wetgever.”

Related articles