01 January 0001

Flexibel bouwen is in België nog een relatief weinig toegepast concept. Collega's Johan van den Berg, Stedenbouwkundig Ontwikkelaar, en Sabine Ceelen, Design Expert Architecture, delen graag hun kennis.  

Evoluerende woonbehoeftes

Woonbehoeftes evolueren in de loop van een mensenleven. Door flexibel te bouwen, evolueert een woning mee tijdens iedere levensfase. Dat vraagt wél het nodige denkwerk tijdens de ontwerpfase van de woning.

“Pas wanneer je in het ontwerp rekening houdt met een aantal punten, en je dus als het ware kan spreken over ‘planflexibiliteit’, zal de woning écht flexibel zijn. Zo is het belangrijk om de technieken (elektriciteit, water, ventilatie, afvoer…) doordacht te positioneren in het gebouw. Die positie bepaalt immers de flexibele inplanting van bv. keuken en badkamer. Ook over het (vloer)verwarmingscircuit moet nagedacht worden. Je wil niet dat een slaapkamer continu verwarmd wordt omdat ze vroeger deel van de leefruimte was.”

Vandaag drie slaapkamers en compacte leefruimte, maar over enkele jaren liever een loft-opstelling met één slaapkamer en royale leefruimte? Flexibel bouwen zorgt ervoor dat je zonder veel werken en kosten de woning kan aanpassen aan nieuwe behoeften.

“Het spreekwoord zegt dat de Belg een baksteen in de maag heeft. Maar bakstenen binnenmuren zijn natuurlijk niet makkelijk te verplaatsen als je een ruimte groter wil maken of anders wil indelen. Daarom kiezen we voor lichte wanden, waarbij we de invulwanden verplaatsbaar maken. Hoe lichter de wand, hoe flexibeler.”

Esthetisch aspect

“We zijn gewoon om in muren bv. elektriciteitskabels weg te werken. Maar dat is niet handig als je de wand later wil verplaatsen. Verlaagde plafonds kunnen dan een oplossing bieden. Maar die beperken de vrije hoogte in leefruimtes. Het ontwerpproces wordt dus een evenwichtsoefening tussen flexibiliteit enerzijds en technische en esthetische haalbaarheid anderzijds. Want flexibel wonen moet voor de toekomstige eigenaar praktisch haalbaar en laagdrempelig zijn. Anders verhuist hij alsnog beter.”